Sinds een paar maanden nemen we intern en met klanten bijna alle gesprekken op met Plaud, een AI-gedreven spraakrecorder. Uiteraard met toestemming. Om informatie sneller te verwerken, actiepunten snel helder te krijgen en gespreksverslagen beter te maken. Bijna standaard volgt dan een grapje: “Oh, dan moet ik oppassen wat ik zeg.” Die reactie op de opname snap ik, maar vaak komt daarna de opmerking dat je tegenwoordig ook niks meer kunt zeggen. Die reactie intrigeert me. Want wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Kun je tegenwoordig écht niks meer zeggen?
Veiligheid vs. comfort
Ik ervaar zelf regelmatig hoe krachtig het is als je je kunt uitspreken zonder angst voor repercussies. Maar ik merk ook dat we veiligheid soms verwarren met comfort. Alsof een veilige bedrijfscultuur betekent dat niemand zich ooit ongemakkelijk mag voelen en dat elke vorm van spanning een probleem is. Voor mij klopt dat niet. Een team waarin niemand zich ongemakkelijk voelt, is zelden een team dat groeit.
Veiligheid betekent dat je kunt zeggen wat je denkt, dat je feedback kunt geven en ontvangen, en dat je stevig op de inhoud kunt discussiëren zonder dat het persoonlijk wordt. In volwassen teams horen veiligheid en scherpte bij elkaar. Hard op de inhoud, zacht op de mens. We mogen kritisch zijn op werk, op keuzes en op gedrag. We mogen elkaar aanspreken op hoe we samenwerken.